Basisfilosofie

Architectuur maken is niet het autonome eigenzinnige spel van vormen en ruimten.

Ook niet het etaleren van opvallende beelden in de “persoonlijke stijl”. Of architectuur met de grote A van “artistiek”.
Architectuur maken is veldwerk. Het is ploegen, zaaien, oogsten. Het is een proces opstarten in dialoog met de bouwheer waarin een programma correct wordt beantwoord door een gebouwde omgeving dat optimaal kan functioneren maar dat het programma liefst ook kan overstijgen en verrijken. 

Geconstrueerd op een correcte, duurzame manier binnen een gecontroleerd budget.
In een context verankerd door de omgeving correct te lezen, aan te vullen en te verrijken.
In een vormentaal gebracht die van vandaag is en dus steeds evolueert.
Rustig en teruggehouden als het om wonen gaat. Rustig en sterk aanwezig als het om publieke gebouwen gaat.
Of architectuur met de grote B van belevingswaarde. Daar draait het om.
Die belevingswaarde krijgt zijn intensiteit door boeiende vormen en ruimten die ontdaan zijn van alle overbodigheden en tot de essentie gebracht. Als een gebouw jarenlang, decennialang al het leven dat er zich wisselend in afspeelt blijft opladen met ruimtelijke kwaliteit, dan is het architectuurproces geslaagd.

Het is een proces met enorm veel spelregels en randvoorwaarden.
Het professioneel respecteren van het beschikbaar budget en regels van duurzaamheid, reglementering en normen is door een jarenlange ervaring met overheidsopdrachten en gesubsidieerde opdrachten een evidente grondhouding. Een optimale vertrouwensrelatie met een bouwheer is een vereiste om het proces te doen slagen.